top of page
Zoeken

Waarom ik mijn ouders niet vertelde dat ik verkracht werd

Chanel Miller werd verkracht nadat ze in coma was geraakt door een overdosis alcohol. Gisteren las ik de eerste hoofdstukken van haar boek Ik heb een naam. In het begin van het boek schrijft ze over de ochtend erna, als ze wakker wordt. Ze weet niet wat er gebeurd is. Ze weet niet waar ze is en wie de mensen zijn die naast haar bed staan. Ze heeft geen idee hoe het komt dat haar onderbroek weg is en hoe ze aan de nieuwe broek komt die ze aanheeft.


Ze doet aangifte omdat het haar gevraagd wordt, maar ze weet niet wat de consequenties daarvan zijn. De pers neemt het verhaal van de politie over, met alle details die erbij horen.

Toen dacht ik pas: hoe kan het dat ik nooit heb nagedacht over de nasleep van de eerste keer dat ik werd gedwongen tot seksuele handelingen. Geen woord schreef ik erover in mijn autobiografie Brief aan mijn dader. Hoe was het om er, dezelfde nacht nog, thuis in mijn bed, op terug te kijken. Wat voelde ik? Wat dacht ik? Waar was ik bang voor?


Ik probeer het me te herinneren. Ik was achttien. Het was begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Ik woonde nog thuis. Een week eerder had ik in de discotheek een jongen ontmoet met wie ik een afspraakje had in een kroeg. Aan het eind van die tweede avond dwong de hij me, in een steeg achter een winkel, tot seksuele handelingen die ik niet wilde.


Hoe voelde ik me toen ik thuiskwam? Ik herinner het me niet. Ik kan me er alleen vanuit het heden een voorstelling van proberen te maken.

Ik denk dat ik het wegdrukte. Dat ik probeerde er niet aan te denken. Ik had alcohol gedronken die avond. Dat zal invloed hebben gehad.


Jij kan van mij iets maken dat ik niet ben, komt in me op. Waar komt die gedachte vandaan? Hoe bedoel ik dat?

Is het een gedachte die ik richting hem had, toen, richting de dader? Ik voelde me niets. Leeg. Een nul. Ik kon iemand worden door hem alleen maar te gehoorzamen, zo voelde ik. Misschien vertrouwde ik erop dat hij wist hoe dat moest.


In die tijd had ik het idee dat iedereen om me heen wist hoe het leven werkte, behalve ik. Wat je moest doen, waar je heen moest, wat precies de bedoeling was, iedereen leek het te weten. Van mijn ouders had ik geleerd om gehoorzaam te zijn. De reden was natuurlijk dat ik niet wist wat er moest gebeuren en anderen wel, zal ik onbewust beredeneerd hebben. Daarom moest ik gehoorzamen. Anderen moesten mij vertellen mij wat ik moest doen, want ik wist het niet.


Maar hoe zat het dan met dingen die met mij gebeurden die tegen de zin van mijn ouders waren, zoals seks hebben met die man? Dat was tegenstrijdig. Ik dacht er niet over na dat het ook tegen mijn zin was. Ik had niets te willen, had ik van mijn ouders geleerd. Dat hadden ze gedurende mijn leven zo vaak tegen mij gezegd als ik iets anders wilde dan zij: ‘Jij hebt niets te willen!’


Het was verwarrend. Ik was een pleaser. Dat werd van mij verwacht. Iedereen moest het naar de zin hebben. Dat was mijn taak. Of beter: ik moest een net en meegaand meisje zijn. Daar zat de contradictie. Door de seksuele handelingen uit te voeren was ik een meegaand, maar geen net meisje meer.


Mijn probleem was niet dat ik aangerand was. Het probleem was dat ik mijn ouders diep teleurgesteld had door seksuele handelingen uit te voeren. Ik was niet meer de dochter die zij wilden. Zij faalden in hun opdracht en ik zette hen voor schut. Dat was waar ik mee worstelde.


Hoe kon ik mijn ouders nog onder ogen komen? Wat er gebeurd was kon nooit meer ongedaan gemaakt worden. Mijn leven had geen zin meer, want als er een hel bestond – ik was er niet zeker van dat hij niet bestond – zou ik daarin terechtkomen.

Ik besef dat ik dit wel in mijn boek beschreven heb, maar in een later stadium. Niet meteen na de eerste aanranding.


Ik was niet kwaad op de dader - wat je wel zou verwachten - om wat hij deed, om dat waartoe hij mij dwong. Ik was alleen maar bang voor de smet die op mij lag en die onomkeerbaar was.

Dus na het voorval, thuis in bed, zullen mijn zorgen mijn ouders hebben betroffen. Niet wat het met mij deed. Ik moest zien dat ik het voor mijn ouders verborgen hield, want ze zouden mij, als ze het ontdekten, in al hun woede het huis uitzetten.


Aangifte deed ik niet. Ik zette hem niet aan de kant. Daarentegen bleef ik met hem afspreken en voor de zekerheid ging ik aan de pil.


Ik herinner me een keer, korte tijd na de eerste aanranding, dat ik met dezelfde man voor mijn ouderlijk huis stond. Hij had mijn broek losgemaakt. Mijn broek hing op mijn enkels. Ik wilde het niet, zeker niet aan de voorkant van het huis, waar ik zichtbaar was vanaf de straat, maar het gebeurde tegen mijn zin. Hij probeerde met zijn vingers bij me binnen te dringen.


Toen verscheen mijn vader om de hoek. Ik zie nog voor me hoe hij naar me keek. De afkeer stond op zijn gezicht. Zonder iets te zeggen draaide hij zich om. Ik voel nog steeds de schrik en de schaamte. Ik wist dat ik hem nooit meer onder ogen kon komen.


De volgende ochtend aan het ontbijt zat hij zwijgend met me in de kamer. Ik vermeed het om hem aan te kijken. Hij heeft er nooit een woord over gesproken. Hij vroeg niet of het tegen mijn zin was gebeurd.

Het kwam niet in mij op om tegen hem te zeggen: ‘Ik wilde het niet. Ik werd ertoe gedwongen.’

Want dan zou hij zeggen: ‘Je moet stoppen met die man.’

Dat was wat ik niet wilde horen. Ik klampte me aan mijn dader vast als een kangoeroejong in een buidel. Als ik dat niet deed zou de depressie terugkomen die ik had vóór ik hem ontmoette.


Ik was depressief sinds mijn ouders mij voor hoer hadden uitgescholden nadat ze erachter waren gekomen dat ik, toen ik net achttien was, seks met een vriendje had gehad. Want ik werd geacht mijn maagdelijkheid tot het huwelijk te bewaren. Ze dreigden me het huis uit te zetten. Vanaf dat moment hoorden ze me uit over wat ik deed, naar wie ik toeging en ze hielden me voortdurend in de gaten.


Als ik zou stoppen met deze man was ik in mijn beleving niemand meer. Dan was ik niet van betekenis en kon ik net zo goed ophouden te bestaan. Ik wilde hem dus niet kwijt. Het enige dat ik wilde was dat hij zou stoppen met mij te verkrachten.


Wat me geholpen zou kunnen hebben was dat mijn ouders mij zouden helpen om los van hem te komen. Als ze hadden gezegd dat ze van me hielden en ik had het kunnen voelen, dan was ik van betekenis geweest.

Maar dat konden ze niet. Ik was niet de perfecte dochter die zij wilden. Mijn vader hield op een bepaalde manier van me, dat voel ik nog, maar alleen onder zijn voorwaarden. Mijn moeder heeft nooit van me gehouden. Ik voelde het niet. Ik denk dat ze van niemand hield. Ook niet, of beter: vooral niet van zichzelf. Misschien is het zo dat wat zij zocht in mij, ik in mijn dader zocht.


Ans Breetveld


Heb je ook zoiets meegemaakt en wil je erover praten?

Neem dan gerust contact met me op.


Ben je benieuwd naar het hele verhaal?

Lees dan mijn boek Brief aan mijn dader



91 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

コメント


bottom of page